Zo bereken je je gewogen gemiddelde
- Vul elk cijfer in met de weging. Telt een proefwerk drie keer mee, vul dan 3 in. Percentages zoals 25 % en 75 % werken ook.
- Laat lege regels gewoon leeg: die tellen niet mee.
- Wil je weten wat je moet halen? Vul je gewenste gemiddelde en de weging van de volgende toets in. Je ziet het cijfer dat je minimaal nodig hebt, of dat het doel niet meer haalbaar is.
Nodig cijfer = (doel × (totale weging + nieuwe weging) − som van cijfer × weging) ÷ nieuwe weging
Voorbeeld 1: een so 6,2 (weging 1), een proefwerk 5,4 (weging 2) en een praktische opdracht 7,1 (weging 1).
(6,2 × 1 + 5,4 × 2 + 7,1 × 1) ÷ 4 = 24,1 ÷ 4 = 6,03. Wil je na het volgende proefwerk (weging 2) op een 6,5 staan, dan heb je (6,5 × 6 − 24,1) ÷ 2 = 7,45 nodig.
Voorbeeld 2 (eindexamen): je schoolexamencijfer (SE) is 6,2. Het eindcijfer is het gemiddelde van SE en centraal examen (CE), afgerond op een heel cijfer.
Voor een eindcijfer 6 moet (6,2 + CE) ÷ 2 minstens 5,5 zijn, dus CE ≥ 2 × 5,5 − 6,2 = 4,8. Let op: op havo en vwo moet het gemiddelde van al je CE-cijfers samen ook minimaal 5,5 zijn.
Wat betekenen de cijfers?
| Cijfer | Betekenis |
|---|---|
| 10 | uitmuntend |
| 9 | zeer goed |
| 8 | goed |
| 7 | ruim voldoende |
| 6 | voldoende |
| 5 | bijna voldoende |
| 4 | onvoldoende |
| 3 | zeer onvoldoende |
| 2 | slecht |
| 1 | zeer slecht |
Een 5,5 is de grens tussen onvoldoende en voldoende: afgerond op een heel cijfer wordt het een 6. Hoe zwaar elke toets meetelt, staat in het PTA (programma van toetsing en afsluiting) of de studiewijzer van je school. Voor de slaag-zakregeling bij het eindexamen gelden landelijke regels van de Rijksoverheid.